|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
Wat is toezicht? Toezicht wordt gedefinieerd als het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Toezicht is gericht op het bereiken van maatschappelijk gewenste effecten, zoals bescherming van zwakke belangen (bv milieu), het voldoen aan kwaliteitseisen (bv onderwijs of gezondheidszorg), beperking van risico’s (bv opslag van gevaarlijke stoffen), free-ridergedrag, bedrog en concurrentievervalsing. Het verhoogt daarmee de kwaliteit van de samenleving en vergroot het gevoel van veiligheid en het vertrouwen van individuele burgers in die samenleving. Door middel van toezicht wordt het gedrag van de onder toezichtstaande beïnvloed zodat deze aan de gestelde eisen voldoet. Dat kan op verschillende manieren: met het verstrekken van kennis (voorlichting), het aanreiken van hulp (compliance assistance) en het toepassen van dwang (boete, stillegging, publicatie, bestuursdwang, etc.). Het toepassen van deze maatregelen wordt handhaving genoemd. Opsporing is onderzoek naar strafbare feiten. Meestal is er dan sprake van (een vermoeden van) een misdrijf.
|
|
|
|
De vier verschillende soorten toezicht - Nalevingstoezicht: toezicht op de naleving van wetten en regels. Voorbeeld: De Arbeidsinspectie die toezicht houdt ter bestrijding van illegale arbeid. - Kwaliteitstoezicht: toezicht op het verzorgen van voldoende kwaliteit door de onder toezichtstaande. Voorbeeld: De Inspectie van het Onderwijs die toezicht houdt op scholen. - Interbestuurlijk toezicht: toezicht door de ene overheid op de uitvoering van taken door de andere overheid. Voorbeeld: De VROM-Inspectie die toezicht houdt op de uitvoering van wettelijke milieutaken door gemeenten. - Markttoezicht: toezicht op de goede werking van de markt. Voorbeeld: De Nederlandse Mededingingsautoriteit die er op toeziet dat bedrijven geen kartels vormen.
|
|
|
|
Korte schets van de ontwikkelingen in toezicht Het toezicht is de laatste 15 jaar erg veranderd, zeker sinds er een aantal incidenten heeft plaatsgevonden dat maatschappelijk onaanvaardbaar werd geacht. Denk hierbij aan de vuurwerkramp in Enschede (2000), de cafébrand in Volendam (2001) en de vader die zijn huis in Roermond in brand stak waarbij zes van zijn kinderen omkwamen (2002). In alle gevallen bleek het toezicht niet al te strak te zijn geweest. Daardoor werd een stevig optredend overheid verlangd die niet(s) gedoogd.
De regering heeft in 2005 in de tweede Kaderstellende Visie op Toezicht zes basisprincipes voor toezicht vastgesteld: transparantie, onafhankelijkheid, professionaliteit, samenwerking, selectiviteit en slagvaardigheid. In reactie daarop diende Charly Aptroot van de VVD een motie in die vroeg om samenvoeging van de rijksinspecties tot één algemene inspectie. De motie werd (m.u.v. de SP) kamerbreed gesteund. Toen de regering daaraan naar de mening van de Kamer onvoldoende tegemoet kwam volgde in februari 2006 een tweede motie waarin de samenvoeging van de Arbeidsinspectie en de Voedsel en Waren Autoriteit werd verlangd per 1-1-2007. De overige inspecties zouden dan per 2009 kunnen worden toegevoegd.
De regering heeft daarop in september 2006 aanvullend beleid geformuleerd met de volgende acties: - verplichte samenwerking tussen inspecties in domeinen; - vermindering van de toezichtslast voor bedrijven met 25%; - grotere efficiency en effectiviteit van toezicht; - maximaal twee inspecties per jaar voor mkb-bedrijven (tenzij ...); - een cultuurverandering bij inspecteurs - betrokkenheid van andere toezichthouders dan de rijksinspecties, met name gemeenten; - oprichting van het programma en de programma-directie Eenduidig Toezicht. - oprichting van de Inspectieraad als verantwoordelijke voor de uitvoering van deze voornemens;
|
|