|
Hoe ziet de ideale toezichtorganisatie er uit anno 2009?
Resultaten Diner pensant op 5 maart 2009 in restaurant Schlemmer. Organisatie Velders-IMC.
Deelnemers:
- Jos Hotterbeekx (IGZ)
- Karen Middendorp (IGZ)
- Jaap de Vries (SKAL)
- Pieter Verheugd (Det Norske Veritas/CIBIT)
- Annelies Kleijsen (Det Norske Veritas/CIBIT)
- Melanie Ehren (Universiteit Twente/Hogeschool van Rotterdam)
- Jooske Vos (Ministerie Financiën/EurInspect)
- Marjanne Kloosterman (IJZ)
- Marjanne Boelema (IJZ)
- René Bruijn (IJZ)
- Ester Nieuwhuis (IJZ)
- Robin den Hamer (Bureau Inspectieraad)
- Anke Muuse (Bureau Inspectieraad)
- Annemarie Soetendorp (Bureau Inspectieraad)
- Jan de Leeuw (provincie Gelderland)
- Jaap Mesdag (gemeente Den Haag)
- Carla Bastiaansen (Accenture)
- Rob Verrips (BronckhorstVerrips)
- Henk Hoijtinck (ManagementCentrum)
- Ina Smittenberg (Werklust/Bureau Inspectieraad)
- Nanneke van der Heijden (Bureau KLB)
- Rob Velders (Velders-IMC)
Er werd aan drie tafels gedineerd en gediscussieerd. Tijdens het voorgerecht werd een plenaire brainstorm gehouden inzake de kenmerken van een goede toezichthoudende organisatie. Daaruit werden de echt belangrijke onderstreept.
- Nieuwsgierig

- Integer
- Empathie
- Lef
- Deskundig
- Gezag
- Kritisch
- Voorspelbaar
- Samenwerkend
- Lerende organisatie
- Goede communicatie
- Onafhankelijk
- Maatschappelijk bewust
- Selectief
- Klantgericht
- Passie voor het werkterrein
- Zacht waar het kan, hard waar het moet
- Houdt zichzelf tegen het licht
- Moet kunnen adviseren over verbetering van regelgeving
- Efficient
- Betrouwbaar
- Slagvaardig
- Risico-gericht
- Niet onnodig toezicht houden
- Doen wat je zegt
- Geaccrediteerd
- Zo buiten, zo binnen
- Algemene regels naar de complexe praktijk vertalen
- Sensitief voor ministeriële verantwoordelijkheid
- Slecht nieuws durven en mogen brengen
- Goede informatiepositie
- Sensitief voor het veld
- Goede relatie met beleid
- Beschikken over de juiste bevoegdheden (hh-piramide)
- Internationale connecties
- Meten van effecten
- Meetbare nalevingsdoelen
- Maatschappelijk draagvlak
- Gemengde teams
Vervolgens werd er tijdens het hoofdgerecht gediscussieerd waarbij er kanttekeningen en opmerkingen inzake de onderstreepte onderwerpen gemaakt konden worden. Deze werden tijdens het nagerecht plenair doorgenomen.
Ad 4: Te veel juristen = te weinig lef; lef om ongebaande paden in te slaan; VI : onvoldoende lef na 10 jaar geen effect; hoe combineer je lef met ministeriële verantwoordelijkheid?; durven om je macht te gebruiken!; lef om een standpunt in te nemen en overeind te blijven ondanks tegenwind.
Ad 5: Toezicht is een vak; naar een gezamenlijke basisopleiding met maatwerkmodules; wil ik leren van andere toezichthouders
Ad 12: Van wie?; van de minister, van economische belangen; Niemand vertrouwen; naming + shaming; niet jarenlang hetzelfde concluderen; belangrijk zijn checks and balances van de pers en de maatschappij
Ad 14: afhankelijk van de sector is dit een zaak van lange adem
Ad 17: Gezonde portie achterdocht; Vertrouwen mag je uitstralen, daarna er op bouwen = onderbouwd vertrouwen; hangt af van het toezichtterrein; tijdig en gelijkwaardig.
Ad 19: Ervaringskennis dwars door de organisatie naar boven halen; de toezichthouder heeft meer zicht op haalbaarheid en relevantie; hoe ver ga je in je adviserende rol, voor je het weet ben je medeverantwoordelijk; adviseren kan tot het moment dat (de schijn) van verantwoordelijkheid ontstaat
Ad 23: Effect en outcome: wat is je meerwaarde als toezichthouder?; checken of de risico-inschatting klopt, risico’s inschatten vanuit voeling met de praktijk, niet alleen papieren tijgers; werken met externe gegevens, niet manipuleerbaar door de instellingen zelf.
Ad 29 en 33. Beleid en toezicht moeten met elkaar kunnen communiceren; sensitief voor ministeriële verantwoordelijkheid begint met een goede relatie tussen toezicht en beleid; is essentieel en noodzakelijk; begrijpen van ministeriële verantwoordelijkheid en consequenties kunnen inschatten (wel met distantie); Den Haag dient vooraf een digitale schouw over risico-effecten van beleid te maken.
Ad 31: Synergie door koppeling van gegevens tussen diensten; snelle uitwisseling van informatie met andere diensten; multidimensionale informatie is ook interessant voor andere toezichtpartner;
Ad 34: je moet als toezichthouder in principe over alle middelen kunnen beschikken om effectief te kunnen zijn.
Ad 35: voor sommige inspecties zijn internetcontacten essentieel, voor anderen niet. Het toezicht op wat er op internet gebeurt is voor toezichthouders een nog te vullen lacune.
Ad 36 en 37: flexibiliteit en transparantie in nalevingsdoelen.
Ad 38: Denk bv aan rookverbod; Het moet wel ergens over gaan!
Voorts kreeg ontving ik nog een nabrander van Jan de Leeuw:
Ha Rob, Geen spijt dat ik donderdagavond naar Den Haag ben afgereisd. Het was interessant om eens kennis te maken met mensen die binnen heel andere werkvelden bezig zijn met toezicht. Ondanks alle verschillen: in wezen zoeken we naar antwoorden op dezelfde vragen. Kortom: een prima initiatief en wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar. Ik heb nog een paar kriebels uitgewerkt die ik in de trein op weg naar Den Haag had gemaakt. Vertrekpunt waren voor mij de zes principes van goed toezicht, zoals genoemd in de “Kaderstellende notitie op toezicht” (2005):
- Selectiviteit
- Slagvaardigheid
- Samenwerkend
- Onafhankelijkheid
- Transparantie
- Professionaliteit
Die kun je 1-op-1 vertalen naar kenmerken voor een goede toezichthoudende organisatie.
SELECTIVITEIT: het door de organisatie verrichte toezicht is (maatschappelijk) relevant en draagt bij aan reductie van risico’s, die risico’s worden periodiek in beeld gebracht met behulp van een risicoanalyse, er wordt gewerkt vanuit een heldere visie/missie en doelstellingen zijn concreet geformuleerd, het nagestreefde effect is duidelijk en bij voorkeur meetbaar, de organisatie is in staat prioriteiten (bij) te stellen.
SLAGVAARDIGHEID: de organisatie is berekend op haar toezichttaak, beschikt over voldoende bevoegdheden, instrumenten, mensen en middelen om de organisatiedoelen te kunnen verwezenlijken. Is in staat om de juiste mix van bevoegdheden/instrumenten op het juiste moment in te zetten en kan flexibel inspelen op incidenten.
GERICHT OP SAMENWERKING: de organisatie werkt samen met andere toezichthoudende instanties om samen tot een zo effectief mogelijk toezicht bij de (gezamenlijke) toezichtobjecten te komen, kennis en informatie worden zoveel mogelijk gedeeld, de organisatie stimuleert de eigen medewerkers om te netwerken met collega's van andere toezichthoudende organisaties.
ONAFHANKELIJKHEID: de organisatie staat niet open voor ongewenste beïnvloeding door stakeholders, er heerst een cultuur waarbij integriteit hoog in het vaandel staat. “Vertrouwen” moet door de toezichtobjecten steeds opnieuw verdiend worden en is nooit een gegeven.
TRANSPARANTIE: de organisatie legt periodiek verantwoording af over de inzet van mensen en middelen en maakt inzichtelijk in welke mate de organisatiedoelstellingen zijn gerealiseerd.
PROFESSIONALITEIT: de organisatie beschikt over goede werkprocessen, is in staat kwalitatief goede producten te leveren, streeft naar continue verbetering en innovatie, investeert in mensen en middelen, maakt optimaal gebruik van moderne ICT-voorzieningen.
Daaraan heb ik het volgende kenmerk toegevoegd:
KLANTGERICHTHEID: de organisatie volgt actief ontwikkelingen die invloed hebben op de toezichtobjecten en hun bereidheid om regels na te leven, is in staat effectief met de eigen doelgroepen te communiceren, streeft naar beperking van toezichtlast voor toezichtobjecten door samen te werken met andere toezichthoudende instanties.
Succes met het afronden van je boek!
|